De kracht van eigen oplossingen

Inwoners maken samen de samenleving. Bij maatschappelijke uitdagingen lijken we onze eigen rol alleen eenvoudig te vergeten. We kijken meestal naar overheid en instellingen. Stichting Kringwijs doorbreekt dit. Hun uitgangspunt is dat de beste oplossingen ontstaan door iedereen die deel is van een uitdagende situatie er bij te betrekken.

Iedereen een bijdrage laten leveren aan de oplossing. Wat voor gevolgen heeft dat voor de waardering van ervaringsdeskundigheid?

Sociale veerkracht 

Het is een mooi uitgangspunt: als we plek geven aan wat mensen kunnen, doen we hen en de wereld recht. Kringwijs maakt inwoners weer eigenaar van de vraagstukken in hun eigen leven, en spreekt van gedeeld eigenaarschap in vraagstukken rond het samenleven. Ze pleiten voor bescheidenheid bij overheid en professionals, vanuit het besef dat onze maatschappelijke vragen te groot zijn om alleen bij professionals neer te leggen en dat oplossingen van mensen zelf moeten komen. Professionals die dit begrijpen, zullen inwoners ondersteunen in hun doelen, interactie, oplossingen en plannen. De (ervarings)kennis van alle betrokkenen draagt zo als vanzelfsprekend bij aan de oplossing.

Stichting Kringwijs gaat uit van sociale veerkracht: het vermogen van mensen om de antwoorden op persoonlijke en maatschappelijke uitdagingen te vinden door elkaar te betrekken. Ze werken veel met buurtbewoners en de bij zo’n wijk betrokken professionals. Er is ruimte voor ieders ervaring, positie, mening en gevoelens. Deze werkwijze betekent dat Kringwijs de verschillende bronnen van kennis gelijkwaardig waardeert. Theoretische kennis staat niet tegenover ervaringskennis, want beide vullen elkaar aan. De professional heeft niet alleen praktijkkennis, maar ook eigen ervaringskennis. En bij ervaringskennis gaat het niet alleen om ziekte en het leven met beperkingen, maar ook om kennis over bijvoorbeeld cultuur, tradities of de eigen straat. 

De waarde van ervaringskennis

Kringwijs hecht waarde aan ervaringskennis, en ziet dit niet als iets waar je extra scholing voor nodig hebt. Integendeel, de inbreng van ieder individu is evenveel waard. Over dat laatste zijn we het eens. Toch wordt het, met de bril van het project ‘waardering ervaringsdeskundigen’, lastiger om de waarde van ervaringskennis te bepalen. Vanaf welk moment is een bijdrage vanuit ervaringskennis een beloning waard, en wanneer is het alleen eigenbelang? Of kan er ook bij ‘alleen eigenbelang’ een reden zijn om inbreng (financieel) te waarderen? Hoe verhoudt dit zich tot de genoemde professionele inbreng? 

Ongelijkwaardigheid

Kringwijs-bestuurder Harro Labrujere beschrijft in het boek ‘Bouwen op sociale Veerkracht’ twee observaties die van belang zijn voor ervaringsdeskundigen. 

“We zien mensen als slachtoffer, schuldenaar of helper, sterk of zwak, onwillig of gemotiveerd. Aan elk label hangen oordelen over wat iemand wel of niet kan, mag en moet. Onder druk van die oordelen is het een stuk lastiger om gelijkwaardig mee te doen. Iemand die we als slachtoffer of zwak zien, dichten we ook toe minder in staat te zijn eigen keuzes te maken.” 

Het is interessant om na te gaan wat dit, waarschijnlijk onbewuste, proces voor invloed dit heeft op belangenbehartiging door ervaringsdeskundigen. Hoe werkt dit bijvoorbeeld door bij toegankelijkheidsadvies, en de lobby over het VN-verdrag Handicap? Welke rol spelen vooroordelen en stigma’s bij het luisteren naar een advies?
Een andere relevante observatie gaat over vertegenwoordiging.

Om tegenwicht te bieden aan ongelijkwaardigheid zoeken we soms een antwoord in het werken met vertegenwoordigers, iemand die spreekt voor ene ander of bepaalde groep. Een belangenbehartiger of cliëntenvertegenwoordigers. Dit zit het gelijkwaardige gesprek met direct betrokkenen ook in de weg. Want wat is de positie van de vertegenwoordiger? Is dat iemand die meer stem moet hebben dan anderen, omdat ‘voor meer mensen wordt gesproken’? … In plaats van te zeggen ‘de groep is vertegenwoordigd’ (verplichting afgevinkt) kan ook gezegd worden ‘er is een begin gemaakt om de mensen waar het om gaat in het gesprek te betrekken’ (stap in de goede richting)”.

Zo op het eerste gezicht lijkt het alsof de begrotingen van gemeenten en instellingen op de schop moeten. Er moet meer geld naar de inbreng van betrokken inwoners (de ervaringsdeskundigen), en minder naar professionals.

Misschien moeten we eens met een aantal mensen filosoferen over de consequenties van deze benadering…