lijntekening van hand met pen die schrijft in kladblok met lijntjes

Zorg voor elkaar

Kristin blogt over haar gesprekken met ervaringsdeskundigen

Op een zonnige middag had ik afgesproken met Frans. We hadden al enige mails over en weer verzonden. Zo wist ik dat hij bestuurslid was en zelf ook het nodige had geschreven over zijn werk bij BNMO (Bond Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers) en zijn eigen ervaringen als tweede generatie oorlogsgetroffene. Deze stuurde hij me direct mee en ik heb ze met veel interesse gelezen.

Frans is inmiddels gepensioneerd, maar groeide op met een vader met (onbehandelde) PTSS en heeft hierdoor de nodige littekens opgelopen. Uiteindelijk kwam hij in contact met Stichting InLuwte, een organisatie van en voor relaties van oorlogsgetroffenen, geüniformeerde geweldsgetroffenen en veteranen. Na deelname aan een landelijke ontmoetingsdag ontstond er een gespreksgroep waar hij een vast gezicht in zou worden. Zelf liep hij ook herhaaldelijk tegen zijn eigen beperkingen en trauma’s op. Zou dit dan werken?

De leden van de gespreksgroep – lotgenoten – kwamen met regelmaat bij elkaar om ervaringen en gedachten uit te wisselen; allen vergelijkbare ervaringen hebbend als kinderen van bijvoorbeeld oorlogsveteranen. Zelf heeft Frans veel groei doorgemaakt sinds deelname aan de gespreksgroep. Hij verwierf inzicht, kon vrede maken met wat hij heeft meegemaakt en is er voor zijn gevoel rijker door geworden.

Hoe zet hij die ervaringskennis in en wat levert dit hem op? Frans vindt zelf dat hij een steun kan zijn voor zijn lotgenoten en ervaart voldoening er voor hen te zijn. Duidelijk de kracht van lotgenotencontact: dat een ander begrijpt wat je doormaakt. Voor wie dit faciliteert – een gespreksbegeleider in een groep, of iemand die je op kunt bellen, of die je op een andere manier te woord staat – hoor ik vaker dat het zo waardevol is de eigen ervaring om te kunnen buigen naar iets positiefs, zoals in het geval van Frans.

Dat er vroeger weinig tot geen nazorg was – dat er überhaupt een label is ontstaan als tweede generatie oorlogsgetroffenen – heeft er onmiskenbaar voor gezorgd dat er nu een imposant gebouw staat in het midden des lands met een vol programma op het bord. In opdracht van en gefinancierd door het Ministerie van Defensie voert het Nederlands Veteraneninstituut – met de Veteranenwet (2012) en het Veteranenbesluit (2014) als kaders – het veteranenbeleid uit. Ondersteuning of zorg wordt geboden aan wie zich heeft ingezet in naam van ons land en hun naasten, mits ze daar behoefte aan hebben. Ambulance-, politie- en brandweerpersoneel is overigens ook welkom.

Eén van de pijlers waarop BNMO is gebaseerd is ‘Zorg voor Elkaar’. Stel je hierbij een netwerk voor met contactpersonen: zij bezoeken leden, of bellen hen op, om ondersteuning te bieden. Frans heeft uiteindelijk deze portefeuille op zich genomen. De stress die hij voorheen ervaarde heeft hij om kunnen buigen naar iets positiefs, met als doelstelling – in eigen woorden – om mensen uit de shit te halen. Zijn eigen slogan? “Van een klacht naar een kracht.”

De manier waarop Frans dit doet, wil ik graag nog even aanstippen: op hoogst persoonlijke wijze maakt hij als hoofdcoördinator contact met mensen die psychisch in de knel zitten. Hij noemt het in één van zijn toegestuurde documenten ‘nuldelijnshulpverlening’, maar hoe preventief en ‘nuldelijns’ dit eigenlijk is, vraag ik mij wel af: wat nodig is, kan zeer complex zijn. Wanneer er gebeld wordt, sluist hij soms het gesprek door naar een andere vrijwilliger, maar soms pakt hij het ook zelf op. Ik las de beschrijving van een gesprek met een hulpbehoevende: in paniek wordt gebeld, zoekend naar verbinding en begrip. Wat doet Frans? Hij rijdt er – als het nodig is, in zijn ogen – heen en investeert in een goed gesprek over gedeelde ervaringen. Na twee uur heeft hij  de persoon in kwestie zo ver dat hij zich gehoord, gesteund, herkend en erkend voelt in zijn emoties. En, niet onbelangrijk, dat hij weet hoe en waar hij met lotgenoten in contact komt, waarin BNMO hem kan ondersteunen en waar de juiste specialisten zitten binnen de GGZ voor oorlogsgetroffenen. Later ontvangt hij van de persoon in kwestie een bedankje. Frans is vooral dankbaar dat hij de beste man op het juiste spoor heeft weten te zetten en als pensionado… Zijn reiskosten vergoed kunnen krijgen is al goed.

Ook tijdens ons gesprek merk ik dat hij de tijd en aandacht neemt om zaken uit te leggen en contact te maken. Erg plezierig. Ongetwijfeld zijn er andere bevlogen en capabele ervaringsdeskundigen actief binnen de organisatie, maar wat ik met Frans meemaak op de rondleiding door het immense (en luxe) gebouw, ervaar ik toch als zeer bijzonder: werkelijk iedereen kent hem en gaat een gesprekje met hem aan. Het duurt dus even voordat we het volledige gebouw doorgelopen zijn, maar er is dan ook erg veel te zien, zoals diverse kantoorruimtes en trainingslokalen, hotelkamers, fitnesszaal, sauna en een restaurant.

De activiteitengids staat bol van de initiatieven die precies dat proberen te bewerkstelligen wat hij zo belangrijk vindt, namelijk: mensen uit de shit halen. Soms letterlijk. Zo kunnen leden met een duidelijke hulpvraag van een time-out voorziening gebruikmaken, zodat ze zich even terug kunnen trekken en tot rust kunnen komen. Om dit mogelijk te maken wordt nauw samengewerkt met bijvoorbeeld maatschappelijk werkers van de Basis en het Veteranenloket. Ook zijn er begeleidingsprogramma’s en trainingen die ondersteunen na levensveranderende ervaringen, waarbij de impact op de eigen persoon of de naaste omgeving dus groot is. De focus ligt hierbij op ontmoeting, verbinding en versterking van – en met – jezelf en de ander. Wil je deelnemen aan zoiets, kan er beroep gedaan worden op een vergoeding via het vfonds, het Nationaal fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg, waardoor de kosten voor de leden erg – heel erg – laag blijven.

Er zullen maar weinig werkgevers zijn waarbij de impact op het leven zo groot kán zijn, dus ontzettend noodzakelijk, maar voor mij tegelijkertijd ook wat bevreemdend: ik ken vooral een andere kant, waarbij de time-out een wens is, de bureaucratische rompslomp een stuk groter lijkt en de wachtlijst een stuk langer is. Een kennis die aan een supportgroep wilde deelnemen voor mensen met depressieve klachten? Wachtlijst: 1,5 jaar. BNMO is een uitzondering, lijkt het, in een versplinterde samenleving: ben je lid, dan kan je je aanmelden voor een activiteit.

Wat neem ik mee uit dit gesprek? Dat het voor een gepensioneerde met de nodige levenservaring misschien wel genoeg is alleen ‘bedankt’ te horen – uit monde van de organisatie, of de hulpbehoevende – voor de gedane inzet. Plus, ik heb een stille hoop dat de samenleving enigszins maakbaar is. Met een bijzonder divers aanbod (theatervoorstellingen, gespreksgroepen, kanoën, riviercruises, coachingsdagen: noem maar op!) en – toegegeven – een iets groter budget dan de gemiddelde patiëntenvereniging, hengelt BNMO toch leden binnen, waarna ontmoeting, verbinding en versterking mogelijk is…

Kan het ook met minder financiële slagkracht? Jazeker, Hanz en Peter van Focus Zwolle hebben dat voor mij bewezen. Volgende week meer over mijn bezoek aan Zwolle.