Drie gelijkwaardige kennisbronnen

Ervaringskennis of ervaringsdeskundigheid wordt de derde kennisbron genoemd, na wetenschappelijke kennis en de vakkennis van andere professionals. In plaats van de derde kennisbron, kunnen we het volgens mij ook als eerste kennisbron zien, of tweede. Want waarom brengen we hiërarchie aan tussen deze bronnen?

De samenhang tussen drie kennisbronnen

Theoretische /wetenschappelijke kennis is gebaseerd op feiten. Het is goed onder woorden te brengen en je kan het gedetailleerd beschrijven. Als nieuwe kennis op een systematische manier wordt verworven, spreken we ook wel van wetenschappelijke kennis. 

Vakkennis bestaat uit de kennis van professionals die is gebaseerd op opleiding en werkervaring. Deels is dit theoretisch. Via congressen en vaktijdschriften – waarin nieuwe inzichten worden gedeeld – zorgen proessionals dat hun vakkennis actueel blijft. Deels gaat het om ervaring en fingerspitzengefühl. De vakkennis van professionals in de zorg bestaat ook uit inzichten die uitgekristalliseerd zijn na jarenlange behandelcontacten met cliënten. 

Ervaringskennis is holistisch. Het gaat over de aandoening/situatie, en de gevolgen daarvan in het dagelijks leven. Daarbij hangt het samen met alle levensdomeinen. Het gaat bijvoorbeeld over stigmatisering, het gevoel van uitsluiting, hoe het is om om hulp te vragen en over het omgaan met artsen en de bureaucratie. Ervaringskennis kan persoonlijk zijn, als het gaat om jouw specifieke ervaringen. En het is collectieve kennis, want omdat je jezelf vergelijkt met anderen en met contact met hen hebt, leer je van hen. Het is een complex geheel, omdat onze ervaringen nooit op zichzelf staat. 

Er zit overlap tussen de verschillende kennisbronnen. De werkervaring van een professional kan aansluiten bij de eigen levenservaring. Professionele kennis is vaak voor een gedeelte gebaseerd op eigen ervaringskennis. Dat begint al bij de keuze voor een studie. De opleiding psychologie zit vol met mensen die zichzelf beter willen begrijpen. 
Tegelijkertijd voedt vakkennis de ervaringskennis. Een hulpverlener leert veel in het dagelijkse contact met cliënten, en bouwt bewust en onbewust een kennisbank vol ervaringsverhalen op.  Door alle ervaringsverhalen van cliënten komt de oorspronkelijke vakkennis voor een professional steeds meer tot leven.

Ook voor theoretische kennis geldt dat die niet losstaat van ervaringskennis. Het is de basis van de meeste onderzoeken in de medische- en sociale sector.  Zeker als het onderzoek gaat om het beschrijven van praktijksituaties, of het uittesten van een werkwijze, is het zinloos om dat onderzoek te doen zonder dat er ervaringskennis de deelnemers ingebrengen. Een nieuwe ontwikkeling is dat onderzoekers eigen ervaringskennis openlijker bespreken in hun onderzoek. Bij disability studies is dit al een gangbare werkwijze. En andersom kan geen enkele ervaringsdeskundige zonder de kennis die voortkomt uit wetenschap en vakpublicaties.