Cultuursensitief, een vierde kennisbron

Een verkenning naar de samenhang tussen cultuur en ervaringsdeskundigheid, door Trudy Jansen. Dit is een pril begin, en elke aanvulling of verbetering is enorm welkom.

De waarde van ervaringsdeskundigheid zit vaak in het feit dat een ervaringsdeskundige een ander perspectief in kan brengen dan professionals. Of het nu gaat om beleid, belangenbehartiging, voorlichting of ondersteuning: de bril die een ervaringsdeskundige de ander op kan laten zetten, zorgt voor nieuwe inzichten en mogelijkheden. De ervaringsdeskundige brengt daarmee namelijk kennis in vanuit specifieke ervaringen, gekoppeld aan een specifieke subcultuur.

Waar we vandaan komen (ervaring, culturele achtergrond) heeft invloed op hoe we met nieuwe kennis omgaan. Het beïnvloed wat we leren van ervaringen, uit ons werk en uit vakliteratuur. Onze culturele achtergrond bepaald hoe we met kennis omgaan, en het verder verspreiden.

  1. Cultuur
    Cultuur is het geheel van opvattingen, waarden en normen, voorstellingen en uitdrukkingsvormen, die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven.

Cultuur ontstaat doordat groepen mensen iets met elkaar delen en een gemeenschappelijke leefwijze hebben. Het is afhankelijk van de plek waar mensen wonen, en van de tijdgeest. Wat men vroeger als ‘normaal’ gedrag beschouwde, kan nu vreemd gevonden worden en niet meer in een cultuur passen. Zo had vorige eeuw ieder dorp een eigen klederdracht, en vonden mensen het normaal om daarin te lopen. Heel wat anders dan de universele spijkerbroek van nu.

De cultuur waar iemand uit komt, heeft invloed op morele keuzes. Wereldwijd, dus ook binnen Nederland, zijn er grote verschillen in cultuur. Dat kunnen zichtbare verschillen zijn, zoals het verschil in kledingstijl. Elke cultuur heeft ook immateriële aspecten. De taal is daar een duidelijk voorbeeld van. Voor emancipatiebewegingen, en dus voor ervaringsdeskundigen, zijn vooral normen en waarden relevant. Waarden zijn de idealen die in een cultuur het meest waardevol zijn. Het zijn de ongeschreven regels over wat wenselijk is, en ‘hoe het hoort’. In het westen hechten we aan waarden als vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Normen zijn de gedragsregels die uit deze waarden voortkomen. Vanuit de waarde ‘gelijkheid’ volgt de norm dat je niet mag discrimineren. Vanuit de norm ‘solidariteit’ volgt dat je mensen in nood moet helpen. Het zijn impliciet overgedragen afspraken over hoe mensen zich in bepaalde situaties dienen te gedragen. Normen en waarden veranderen in de loop der tijd. Zo vinden we het homohuwelijk en abortus tegenwoordig vanzelfsprekend. Of in ieder geval vinden de meeste mensen in het Westen dat.

  1. Dominante cultuur
    Het is niet zo dat iedereen binnen een bepaalde cultuur alle aspecten daarvan omarmt. Er is altijd sprake van een dominante cultuur en subculturen. Niet iedereen in Nederland staat achter het homohuwelijk en abortus. Dat is logisch. Culturen zijn geen eenheidsworst. We hebben een dominante cultuur, waarin het vanzelfsprekend is dat mensen van dezelfde sekse met elkaar trouwen en dat een vrouw recht heeft op abortus. Er zijn ook subculturen die LHBTIQ+ onnatuurlijk vinden, of wijzen op het feit dat het kind recht heeft om geboren te worden. Dit soort verschil tussen dominante cultuur en subculturen speelt een belangrijke rol bij de inzet van ervaringsdeskundigheid.

De dominante cultuur ontstaat bij de mensen die veel invloed hebben, zowel politiek als economisch. Het is de cultuur die de meeste aandacht krijgt, en het meeste opvalt. Omdat veel mensen er mee te maken krijgen, kristalliseert deze cultuur zich uit in een vorm die voor de grote groep wenselijk is. Subculturen zijn het op veel punten eens met de dominante cultuur, maar hebben ook een perspectief dat daarvan afwijkt. Dat kan aan alle kanten zijn. Aan de ene kant homo-haters, aan de andere kant mensen die zichzelf woke noemen. Die laatste groep vindt zichzelf bewust van maatschappelijke misstanden. Ze zijn fervent voorstander van elementen van de dominante cultuur, zoals het homohuwelijk, abortus en racisme. Dat verkondigen ze zo fanatiek, dat ze zich als kritische subcultuur onderscheiden van de gemiddelde Nederlander.

In een subcultuur gelden andere omgangsvormen, mensen praten op een andere manier, eten andere dingen en houden van andere muziek. Ook uiterlijke kenmerken kunnen verschillen, waardoor mensen uit zo’n cultuur direct herkenbaar zijn. Zo dragen sommige katholieken een kruisje, sommige moslima’s een hoofddoek en sommige rijders van een Harley-Davidson een leren jack met een groot logo.

  1. Verandering van perspectief
    Als iets vanzelfsprekend is, sta je er nooit bij stil. Ieder lid van een dominante cultuur is blind voor de specifieke kenmerken van die cultuur. We hebben buitenstaanders nodig om ons te wijzen op dingen die ook anders kunnen. Kritische mensen uit de eigen groep kunnen die rol ook vervullen. Dat is waar emancipatieprocessen en ervaringsdeskundigen een rol spelen. Zij kijken vanuit een ander perspectief naar onze samenleving, waardoor andere aspecten opvallen.

De dominante cultuur in Nederland gaat uit van de westerse waarden vrijheid, gelijkheid en solidariteit. We vinden het zo vanzelfsprekend, dat we hier niet meer over nadenken. Het lijken universele menselijke waarden, die voor de hele wereld moeten gelden. Toch denkt niet iedereen zo. Mensen die leven in andere culturen wijzen er soms op dat we een sterk geïndividualiseerde cultuur hebben. Het verschil wordt duidelijk door onze waarden en normen te vergelijken met collectivistische samenlevingen. Mensen in zo’n samenleving vinden het vanzelfsprekend om zich aan te passen aan de opvattingen van de groep. Een individu heeft minder rechten, maar daar staat tegenover dat de groep pal staat voor het individu. Zorgzaamheid en opofferingsgezindheid zijn belangrijke waarden. Zo kom je in collectivistische culturen weinig instellingen voor langdurige zorg tegen, omdat het vanzelfsprekend is dat familieleden zorgen voor ouderen en mensen met een beperking. Ook het omgaan met risico’s is bij ons anders dan in een collectivistische samenleving. Daar hechten de mensen aan traditie en veiligheid, en houden ze niet van veranderingen. Ze accepteren dat de toekomst niet te voorspellen is, en dat leven gepaart gaat met risico’s. Mocht het nodig zijn, dan bedenken ze ter plekke een oplossing voor een probleem. Voor hen is het heel vreemd dat we in Nederland overal regels en wetten voor maken. Ze vinden dat we in onze cultuur niet meer met onzekerheid om kunnen gaan. Dat we dat willen vermijden, en daarvoor een hoge prijs betalen door overal regels en wetten voor te maken. Dat we alles willen vangen in rationele criteria.

Vanuit het collectivistische perspectief betalen we in onze cultuur een hoge prijs voor de behoefte aan zekerheid en ons individualisme, omdat we terecht gekomen zijn in een onpersoonlijke en bureaucratische wereld. Een interessante gedachtegang.

  1. Epistemologisch onrecht
    De kennis van subculturen krijgt minder aandacht dan die van de dominante cultuur. Zonder dat we het ons bewustzijn, bepalen machtsverhoudingen hoeveel waarde we hechten aan beweringen van anderen. Filosoof Miranda Fricker noemde dit epistemologisch onrecht (epistemic injustice). Epistemologie is de wetenschap die alles over kennis en weten bestudeerd. Hierin komt onrecht voor omdat we meer waarde hechten aan de kennis van de ene persoon dan aan die van een ander. Of omdat we gewoonweg niet begrijpen wat die ander bedoelt. Dat laatste is het geval bij taalkundig (hermeneutisch) onrecht. Als een cultuur iets niet begrijpt, bestaan er ook geen woorden voor. Zo zijn ‘seksuele intimidatie’ en ‘grensoverschrijdend gedrag’ termen van de laatste tijd. Pas nadat enkele moedige vrouwen ervoor gezorgd hebben dat we weten dat dit bestaat, begonnen mensen dit te herkennen en konden ook anderen het benoemen. Voor die tijd was de term niet in gebruik, en zou hij ook niet herkend zijn.

De waarde die we hechten aan kennis, hangt ook samen met de waarde die we hechten aan de brenger van die kennis. In sommige culturen is ouderdom een teken van wijsheid, en hecht men veel waarde aan de uitspraken van dorps-oudsten. In Nederland luisteren we meer naar de deskundigen met diploma’s en wetenschappelijke kennis. Die kennis vinden we belangrijker dan levenservaring. In talkshows op TV valt dit op, bijvoorbeeld als er een ervaringsdeskundige en een medisch specialist zitten. De ervaringsdeskundige mag over eigen ervaringen vertellen, maar alle inhoudelijke kennis wordt gevraagd aan de arts. Dit is een vorm van testimonial onrecht. Een persoon wordt daarbij niet op z’n woord gehoord, omdat vooroordelen de luisteraar in de weg zitten. Aan de hand van stereotype vooroordelen maken we hele groepen mensen monddood. Het hebben van een verkeerd accent kan daar al voor zorgen. Of sekse. Zo werd de stem van vrouwen lange tijd niet gehoord, en werden ze niet gezien als drager van waardevolle kennis.

Ervaringsdeskundigen krijgen als persoon en als groep ook met dit epistomologische onrecht te maken. Ervaringskennis heeft in het Westen niet dezelfde waarde als professionele kennis en wetenschappelijke kennis. Daardoor worden ervaringsdeskundigen niet gehoord, of zitten ze als Excuustruus bij een vergadering waar men geen waarde hecht aan hun inbreng. In de internationale beweging van mensen met een beperking heeft Judi Chamberlin dit zichtbaar gemaakt. Ze wees er op dat er veel gesprekken óver mensen met een beperking zijn, zonder dat die personen zelf mee kunnen doen aan het gesprek. Haar slogan ‘Nothing about us, without us’ is inmiddels over de hele wereld in gebruik. In Nederland gebruiken we hiervoor de vertaling ‘Niets over ons, zonder ons’.

Om dit epistemologisch onrecht te voorkomen, moeten ervaringsdeskundigen met hun eigen woorden kunnen blijven spreken. Door hen in te kapselen in de dominante cultuur, zal waardevolle kennis verdwijnen.

  1. Emancipatiebewegingen
    De stem van een subcultuur tot leven brengen, net zo lang tot het is opgenomen in de dominante cultuur. Dat zou een korte samenvatting van een emancipatieproces kunnen zijn.

Dat dit succesvol kan zijn, blijkt uit de discussie over Zwarte Piet. Een aantal zwarte mensen vonden zwarte Piet racistisch. De eerste jaren riep dit veel onbegrip en weerstand op bij Nederlanders. We waren gewend om Zwarte Piet als een kindervriend te zien, niet als een racistische traditie. Beschuldigingen van racisme werden weggelachen en de activisten weggehoond. Het duurde jaren voor we besefte dat iets racistisch kan zijn zonder zonder dat we dat zo bedoelen. Uiteindelijk heeft de hele discussie eraan bijgedragen dat we dit racisme beter herkennen, en aan de erkenning van het feit dat zwarte mensen gediscrimineerd worden.

Door in gesprek te gaan met mensen uit een subcultuur, kan de bestaande kennis groeien. Al discussiërend dragen leden van de dominante cultuur bij aan de kennisontwikkeling van de ander, en van zichzelf. Ervaringsdeskundigen die hun verhaal vertellen, worden aan het denken gezet door de vragen die zij krijgen. Het feit dat ze gehoord worden, werkt ook empowerend. Daarmee start een spiraalbeweging naar boven. De ervaringsdeskundige wordt krachtiger, en kan de boodschap beter overbrengen. De luisteraar begrijpt het beter, en stelt concretere vragen. De ervaringsdeskundige voelt zich beter gehoord en begrepen, en versterkt zijn stem. En zo voort.

  1. Wegkijken
    Hoeveel aandacht is er in Nederland voor de culturele historie van mensen die niet tot de dominante cultuur horen? Onze geschiedenis is altijd geschreven vanuit het perspectief van rijke, witte mannen. De geschiedenis wordt mondjesmaat herschreven nu er meer aandacht komt voor de gevolgen van ons koloniale verleden. Hoe heeft Nederland zich ten opzichte van mensen die afweken van het wit christelijke discourse gedragen? Wat is de rol (geweest) van de kerk, de zendelingendrang, de slavernij, kolonisaties, imperialisme geweest op hoe we kijken naar ‘de afwijkende anderen? Er valt nog veel te ontdekken. Dit gaat niet om gebeurtenissen van lang geleden, maar om levende geschiedenis. Nog steeds ervaren Nederlanders de gevolgen van de kolonialisatie, en van andere onderdelen van onze geschiedenis waar we liever van wegkijken.
  2. Vier kennisbronnen?
    Ervaringskennis, Cultuur kennis, Vakkennis, Theoretische kennis
    De inzet van ervaringsdeskundigheid komt voort uit een emancipatiebeweging, en is het dat nog steeds. Het biedt een duidelijke meerwaarde naast professionele vakkennis en wetenschappelijke / theoretische kennis. De vraag is nu of de kennis die een ervaringsdeskundige heeft vanuit de eigen (sub)cultuur (Trial knowledge) onderdeel uitmaakt van die ervaringskennis, of dat het als een gelijkwaardige vierde kennisbron gezien moet worden.

Voor dat laatste zijn veel argumenten aan te dragen. Laten we de discussie voeren. En laten we zorgen dat in die discussie de woorden van mensen uit alle subculturen, en met alle soorten kennis evenveel waard zijn.

Berichtnavigatie
← Vorige Bericht
Volgende Bericht →
Veerkracht Centrale
Botenmakerstraat 89
1506 TC Zaandam
info@veerkrachtcentrale.nl
Zoeken op deze site
Zoek
De informatie op deze website wordt aangevuld en aangepast, vanuit de inbreng van ervaringsdeskundigen.
Zelf informatie aanleveren kan door jezelf aan te melden.