Wat moet je kunnen om ervaringsdeskundigheid in te zetten?

Voor het inzetten van ervaringsdeskundigheid om anderen/de samenleving te helpen, heeft een ervaringsdeskundige de competenties nodig die bij dat vrijwilligerswerk of werk horen. Bijvoorbeeld: een belangenbehartiger kan politiek inzicht gebruiken, een yoga-docent moet rust uitstralen, een cliëntenraadslid moet de achterban kunnen raadplegen en voor een schrijver is schrijftalent een pré.

Hard skills zijn de vaardigheden die je nodig hebt om een functie goed te kunnen uitvoeren, soft skills zin de persoonlijke vaardigheden die toepasbaar kunnen zijn op iedere baan.

Competenties bestaan eigenlijk uit kennis, vaardigheden en persoonlijke eigenschappen. Voor ervaringsdeskundigen hebben we er twee toegevoegd. Inzicht, daar staan de specifieke kwaliteiten van ervaringsdeskundigen, en verbinding, omdat niemand alleen kan staan.

Kennis

Kennis is afkomstig uit vier kennisbronnen

  • Eigen ervaring (verder uit te werken bij ervaringskennis)
  • Theorie en wetenschap
  • Vakkennis. Beschrijf opleiding en werkervaring
  • Tribal en tacit knowledge. Kennis uit je (sub)cultuur die alleen bekend is binnen de groep, bijvoorbeeld rituelen en bepaalde handelingen. Ongeschreven en onbenoembare kennis, aanvoelen, fingerspitzengefühl. 

Vaardigheden

  • Talenten, aangeboren vaardigheden
  • Bewuste vaardigheden, geleerd door praktische ervaring en oefening.
  • Automatische vaardigheden. Vaak onbewust fingerspitzengefühl, intuïtie. Moeilijk benoembaar. Deze vaardigheden ontstaan door langdurige oefening van vaardigheden of door leerprocessen waar je jezelf niet van bewust bent. 

Beperkt functioneren door lichamelijk, psychisch, verstandelijk functioneren, of daarmee samenhangende beperkende omstandigheden, voorkomen of zoveel mogelijk oplossen door aanpassing en/of ondersteuning

Hard skills zijn de vaardigheden die je nodig hebt om een functie goed te kunnen uitvoeren, soft skills zin de persoonlijke vaardigheden die toepasbaar kunnen zijn op iedere baan.

Inzicht

  • Manier van luisteren en verstaan. Horen van de boodschap achter de boodschap, aansluiten bij de ander, responsiviteit. Herkennen van non-verbale signalen.
  • Manier van kijken en blikrichting. De kleur van de bril waar je door kijk, bepaalt door je visie en/of de rol die je inneemt. Waar kijk je naar, waar kijk je niet naar. 
  • Manier van handelen. Bijvoorbeeld in de hulpverlening kan men helpen door overnemen, ondersteunen, coachen, of begeleiden.
  • Betekenisgeving. Met afstand naar eigen ervaringen en proces kijken en daar de geleerde lessen en betekenis voor het eigen leven in herkennen. 

Verbinding

  • Netwerk en achterban. Opbouwen en onderhouden van netwerk kan binnen de eigen organisatie, met collega’s, met externe partners en met andere stakeholders. Contact met de achterban is nodig voor afstemming en draagvlak. Het is een voorwaarde voor vertegenwoordiging. 
  • Cultuur en visie. Culturele wortels onstaan door het gezin waarin je geboren bent, de (sub)cultuur waarin je bent opgegroeid, de maatschappelijke / economische / sociale omstandigheden waarin je leeft en je religie/geloof. Visie is het vertrekpunt voor handelen en een moreel kompas. Het is de droom of stip op de horizon die richting en onderbouwing geeft aan je handelen. 

Persoonlijke eigenschappen

Dat kan echt van alles zijn. Een aantal redelijk willekeurige voorbeelden met wat samenhangende woorden:

  • Authentiek, betrouwbaar, eerlijk, integer, geloofwaardig, zelfkennis, zelfreflectie, zelfvertrouwen,
  • Visionair, vooruitziende blik, visie ontwikkelen, vernieuwingsgericht/ innovatief, vooruitdenken, 
  • Eigen-wijsheid, kritische denker, creatief, analytisch, verbanden leggen, oplossingsgericht, initiatiefrijk, probleemoplossend vermogen,
  • Omgevingsbewust, op de hoogte van maatschappelijk en politieke ontwikkelingen, organisatiesensitief, helicopterview,
  • Doelgericht, ambitieus, doorzetter, prestatiedrang, vastbijten, kritisch, kwaliteitsgericht,
  • Oplossingsgericht, resultaat gericht, proactief, initiatief nemen,
  • Zelfstandig, ondernemend, lef, onafhankelijk, 
  • Georganiseerd, plannen, organiseren, controleren, prioriteiten stellen, omgaan met werkdruk, 
  • Accuraat, informatie beheren, gediscipineerd, kan focussen, oog voor detail,
  • Flexibel, aanpassingsvermogen, geduldig, stressbestendig,
  • Leider, aansturen, motiveren, delegeren, overwicht, besluitvaardig, verantwoordelijkheidsgevoel, hoofdlijnen overzien, overzicht houden, kostenbewust,
  • Netwerker, draagvlak creëren, sociabel,
  • Communicator, overtuigingskracht, goede verkoper, didactische vaardigheden
  • Empatisch, sensitief, inlevingsvermogen, luisteren, coachen, doorvragen, mensenkennis, 
    Kan goed observeren, zorgzaam, betrouwbaar, betrokken, klant-/cliëntgericht, gastvrij, warm,
  • Overtuigingskracht, goede verkoper, beïnvloeden, onderhandelen, goed presenteren, didactische vaardigheden, 
  • Mondig, opkomen voor jezelf en anderen, assertief, eigen grenzen bewaken, kan goed omgaan met weerstand