Zoektocht: collectieve ervaringskennis

Het nadeel van onderzoek is dat het vrijwel altijd voortborduurt op eerder onderzoek. Dat geeft ruis. Keuzes die ooit zijn gemaakt, staan niet meer ter discussie. Rondom ervaringsdeskundigheid hebben we daar veel last van. In deze zoektocht verzamelen we bruikbare informatie, om afscheid te kunnen nemen van onduidelijkheden.

Op zoek naar de kern van ervaringsdeskundigheid. Deze week: wat is collectieve ervaringskennis?

Wat is ervaringskennis?

Ervaringkennis is een ongrijpbaar begrip. Het probleem is dat hetgeen wat in je hoofd zit, het beeld, het gevoel en de visie, soms moeilijk in woorden te vatten is. Het is de kennis die je opdoet door na te denken over wat je meemaakt. Het gaat om de kennis en vaardigheden die je opdoet tijdens je leven. Jouw ervaringen en kennis van de ervaringen van andere mensen. Vol betekenis voor de één, maar betekenisloos voor een ander. Het gaat ook om kennis over ‘hoe het werkt’. Iedereen heeft het, alleen het wordt vaak niet als kennis benoemd.

Een presentatie op kennisplein gehandicaptensector heeft het over ‘doorleefde kennis’, over existentiële onderwerpen en maatschappelijke aspecten. Handelingskennis en praktische wijsheid die de leefwereld kan duiden.


Ervaringskennis is meestal latent (slapend) aanwezig. Scholing van ervaringsdeskundigheid gaat om het activeren van de kennis die al wel aanwezig is. En daarna het verder ontwikkelen.

Door de lessen van het leven te leren, doet iedereen individuele ervaringskennis op. In de praktijk zit daar ook al een stukje collectieve ervaringskennis bij. We spreken met anderen over onze ervaringen, en door het gezamenlijk te delen ontstaan nieuwe inzichten. Lotgenotengroepen en Zelfhulpgroepen zetten in op deze soort ervaringskennis. Het is dan niet de bedoeling dat je anderen adviseert, maar je kan wel met eigen voorbeelden aansluiten bij het verhaal van de ander. En daar leer je ook zelf weer van. Kennis vanuit herkenning.

Om de collectieve ervaringskennis verder uit te werken, maken we verschil tussen de kennis die aansluit bij eigen ervaring, en de kennis die vooral op theoretisch niveau binnenkomt. Dit verschil zit deels in de onderwerpen. Niemand is overal ervaringsdeskundig in, iedereen heeft voorkeursonderwerpen. Ook de manier van kennisverwerving speelt een rol. Verhalen die op afstand verteld worden, komen vooral op begripsniveau binnen.

Bij voorlichting is er weinig uitwisseling. Meestal hebben de luisteraars geen of minder kennis van het onderwerp. Als een ervaringsdeskundige zijn of haar verhaal deelt, heeft het een positief effect wanneer dit vanuit voelbare emoties gebeurd. Abstractere verhalen en theoretische informatie die tijdens een voorlichting wordt verstrekt, leidt tot een cognitievere vorm van kennis. Een goede voorlichter kan met een persoonlijk verhaal de luisteraar wel raken en uitdagen om nieuwe inzichten op te doen. Daarbij ontstaat collectieve ervaringskennis gebaseerd op het verkennen van ervaringen van anderen. In het schema heet deze vorm ‘horen van anderen’. Het is ook de ervaringskennis die zorgprofessionals verkrijgen bij begeleiden of behandelingen. Het stukje praktijkkennis dat is gebaseerd op de levensverhalen van patiënten en cliënten, draagt bij aan hun collectieve ervaringskennis. Hoe meer de zorgprofessional deze ervaringen kan plaatsen bij zijn of haar eigen ervaringen, hoe meer deze ervaringskennis lijkt op de kennis die ervaringsdeskundigen opdoen.

Tot slot is er een vorm waarbij geen direct contact is tussen de ervaringsdeskundige en degene die ervaringskennis opdoet. Deze ontstaat door over ervaringen van anderen te lezen, hen te zien op TV of op een congres te horen spreken. Het is afstandelijker, en sluit meestal niet direct aan bij de eigen ervaringsdeskundigheid. Het gaat bijvoorbeeld om ervaringsverhalen die als verduidelijking van de lesstof in studieboeken staan. Deze vorm raakt aan theoretische kennis.

Collectieve ervaringskennis, hoe theoretisch mag dat zijn?

Discussiepunt

Ervaringskennis in onderzoek

In literatuur over ervaringsdeskundigen wordt ervaringsdeskundigheid gezien als iets dat je kan bereiken na ontwikkeling en scholing. Van ervaring, naar ervaringskennis, naar ervaringsdeskundigheid. Een eindpunt.

In het woordenboek, en dus in ‘gewoon Nederlands’ is ervaringsdeskundigheid juist het startpunt. Je bent ergens deskundig in doordat je daar ervaring mee hebt. In dat proces en later doe je ervaringskennis op.

Ervaringsdeskundigheid in een nieuw schema

Laten we het hele concept ‘ervaringsdeskundigheid’ met een frisse blik bestuderen. De kern klopt, en toch is het mager. Zeker in het veelgebruikte schema van Timmer. Dat is een nadeel van elk schema, want het is altijd een vereenvoudiging van de werkelijkheid. Maar wat is er precies verloren gegaan? Laten we het schema eens opnieuw uitwerken.

Aansluiten bij de definitie
In dit project werken we met een brede werkdefinitie: Iedereen is ervaringsdeskundig over zijn eigen leven. Om dit in te zetten in werk en vrijwilligerswerk kan het nodig zijn deze deskundigheid verder te ontwikkelen. We draaien dus de begrippen ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid om.

Aansluiten bij ‘de mens’
Iedere ervaringsdeskundige is anders. Juist omdat we het hier over persoonlijke ervaringen hebben, moet dit een plek krijgen. Ervaringen zijn altijd subjectief. Ze worden ingekleurd door de persoon die deze ervaringen heeft. De kennis en vaardigheden die iemand bezit spelen hier mee. Ook persoonlijkheid is een belangrijk onderdeel. Die persoonlijkheid wordt beïnvloedt door genetische aanleg, opvoeding en omgeving. Ook intuïtie en iets ondefinieerbaar als ‘ziel’ verdient een plaats in dit schema.

Aansluiten bij intrinsieke motivatie
De meeste ervaringsdeskundigen hebben een grote intrinsieke motivatie, omdat zij hun eigen levenslessen in willen zetten om anderen te helpen. Velen ervaren het als een zwarte periode uit hun leven die ze een positieve plek kunnen geven. Anderen zetten zich als belangenbehartiger in om inclusie voor zichzelf, en anderen, te verbeteren.

Wat moet er nog anders?

Nee, ook dit schema klopt niet. Zo heeft ‘het netwerk’ geen plek, terwijl dat essentieel is voor sommige soorten werk. Wie mag wie vertegenwoordigen?

En wie bepaalt wat ervaringskennis is? Zijn dat degenen die zich ervaringsdeskundige noemen, of de mensen die een leven daaromheen opbouwen? Bijvoorbeeld als het gaat om terminologie. Ik las een interessant onderzoek. Het was maar klein, maar toch vallen de resultaten op. Mensen met een baan noemen zich vaker Autist. Mensen zonder baan noemen zich vaker ‘mens met autisme’. En dan zie ik in mijn omgeven best veel aparte mensen die niet zijn niet gediagnosticeerd. Ze redden zich wel. Ze geven toe dat ze een ‘Nerd’ zijn, en vinden dat de rest van de samenleving wat meer Beta-kwaliteiten moet krijgen.

Dit is een eerste beschouwing. Wat moet er veranderd worden? Wat moet er bij of af?
Laat het weten in de reacties hieronder, of mail een reactie.

Domeinen voor ervaringskennis

Ervaringskennis kan gaan over de beperking/kwetsbaarheid zelf. Het is de kennis die je opdoet over symptomen, verloop, belemmeringen en de samenhang daartussen.

Over het omgaan met die beperking; en over de effecten en reacties die dit oproept bij jou als persoon en je omgeving.

Over de impact op de kwaliteit van leven; je doet inzicht op in wat belemmert en wat bevordert (individueel, maatschappelijk)

En het draagt bij aan een brede levenservaring en wijsheid die niet direct gekoppeld is aan je beperking/kwetsbaarheid.



2 gedachten over “Zoektocht: collectieve ervaringskennis”

  1. Ik ben het half eens met deze stelling.
    De kruks zit hem in of de ander écht begrijpt wat jij hebt meegemaakt.
    En de vraag die daar dan bij hoort is: Heb je van dat onderwerp die doorleefde ervaring nodig?
    Aan de ene kant heb je dat je herkenning hebt (op dat onderwerp) op een doorleefde manier en aan de andere kant een herkenning omdat je het snapt vanuit jouw eigen doorleefde ervaringen op andere onderwerp(en) die vanuit eenzelfde oorsprong komen of eenzelfde gevolg hebben gehad.
    Bijv.
    Persoon A heeft een seksueel misbruik verleden en heeft zich vergrepen aan de drank
    Persoon B heeft een seksueel misbruik verleden en heeft zich gestort op z’n werk
    Persoon C heeft een zeer armoedig verleden en heeft zich gestort op z’n werk
    Persoon D heeft een zeer armoedig verleden en heeft zich vergrepen aan de drank

    Persoon A heeft met 2 anderen (B+D) overeenkomsten, daarmee een deel vergelijkbare doorleefde ervaring en zal daardoor op het eerste oog meer herkenning hebben dan persoon C.
    Toch kan persoon C doorleefde herkenning overbrengen. Dat heeft te maken met iemands inlevensvermogen en verbanden kunnen leggen. Als je snapt dat het vanuit dezelfde copingsmechanismes komt, heeft de oorsprong noch het gevolg invloed op de mogelijkheid om herkenning te geven.
    Bovenstaande neemt niet weg dat er tussen 2 Personen geen gedeelde ervaringskennis én geen gedeelde copingsmechnisme kan zijn en dan rest het inlevensvermogen om die ander écht goed te begrijpen. Daarin zit naar mijn mening geen verschil meer met de gevestigde hulpverleners, en kan je niet meer spreken van ervaringsdeskundig (op dat onderwerp).

Reacties zijn gesloten.